Opsporen

Wat is het nut van opsporen, alles staat toch al op kaart? We doen gewoon een "klic" en weten precies waar welke kabel ligt.

In de praktijk blijkt dat toch vaak anders uit te pakken. Tijdens werkzaamheden in de ondergrond komt toch op elk werk wel een kabel tevoorschijn waar de details niet van bekend zijn, of er komen kabels en leidingen op een heel andere plaats tevoorschijn dan in eerste instantie verwacht wordt op basis van de gedane "KLIC-melding. Een paar voorbeelden waar dit door kan ontstaan zijn;

  • Veel "as-built" tekeningen zijn vaak klakkeloos overgenomen waarbij tijdens de aanleg om praktische redenen van de "as-built" situatie is afgeweken.
  •  Veel situaties van de bestaande kabels en leidingen zijn in de loop der tijd veranderd en niet altijd bijgewerkt op de tekeningen.
  • Ook gebeurt het dat de bovengrondse situatie is veranderd waardoor het referentiekader van de destijds gelegde kabels en leidingen ook is veranderd.

 Al met al komt het vaak voor dat de ligging van kabels en leidingen in de praktijk niet overeen komen met de theoretische ligging.

Algemeen

De WION stelt regels aan de nauwkeurigheid van de ligginggegevens van de kabels en leidingen. De kabel- en leidingeigenaar is verantwoordelijk voor de juistheid van deze gegevens. In het verleden zijn revisie- en ligginggegevens niet altijd op de juiste manier opgenomen en bijgehouden. Dit betekent dat deze gegevens alsnog opgezocht en inzichtelijk gemaakt dienen te worden. Daarnaast is het van belang dat tijdens werkzaamheden wordt voorkomen dat er kabelschade optreedt. De belangrijkste punten om kabels en leidingen op te sporen zijn dus;

  • De kabel- en leidingeigenaar wil zijn gegevens controleren op compleetheid en nauwkeurigheid.
  • De grondroerder of opdrachtgever wil voorkomen dat hij of zij graafschade veroorzaakt.

Afwijkende ligging kabels en leidingenMet betrekking tot het voorkomen van graafschade is vanuit de CROW "de richtlijn zorgvuldig graven" opgesteld hierin wordt met betrekking tot het voorkomen van graafschade vooralsnog uitgegaan van het graven van proefsleuven waarbij alternatieven mogen worden gebruikt mits met proefsleuven is aangetoond dat het alternatief de kabels daadwerkelijk aantoont.

Het is echter ondoenlijk om alle kabels in Nederland op te graven en te controleren op juistheid en nauwkeurigheid. In dit geval treedt de terugmeldingsplicht in werking. Aangetroffen afwijkende ligging moet worden teruggemeld en worden verwerkt door de kabel of leidingeigenaar in kwestie.

Daarnaast zijn er voor kabel en leidingeigenaren, maar ook voor het voorkomen van graafschade, zoals gezegd, alternatieven om kabels en leidingen in kaart te brengen. Onderstaand zijn een aantal methoden uitgewerkt hoe wij ervoor zorgen dat aanwezige kabels en leidingen snel en efficiënt in kaart worden gebracht.

Grondradar

Grondradar kan op een relatief snelle manier een groot stuk grond "scannen" op de aanwezigheid van kabels en leidingen. Belangrijk voordeel van grondradar is dat de scan uitgevoerd wordt zonder dat er gegraven wordt, dus zonder dat de grond “geroerd” hoeft te worden, de kans op graafschade is dus nihil.

Radiodetectie

Radiodetectie is al jaren de techniek om signaaldragende leidingen op te sporen. Door een uniek signaal op de te zoeken leiding te plaatsen kan relatief eenvoudig de ligging worden gedetecteerd en worden vastgelegd.

Proefsleuven

Proefsleuven blijven belangrijk. Gelokaliseerde leidingen die niet eenvoudig kunnen worden herleid op basis van de aanwezige tekeningen moeten worden opgegraven en benoemd. Daarnaast komen soms ondergrondse "spaghetti-westerns" aan het licht dat alleen door nagraven duidelijkheid kan worden verschaft. En belangrijk is het feit dat een detectietechniek niet altijd werkt, door slim te schakelen tussen proefsleuven en detectietechnieken kan toch op een kosteneffciente wijze de sitautie in kaart worden gebracht.

Inmeten

Vervolgens zullen de gevonden kabels en leidingen goed moeten worden vastgelegd. De gevonden kabels en leidingen worden vervolgens met GPS apparatuur in RD-coördinaten stelsel ingemeten, zodat ze op tekening vastgelegd kunnen worden en/of de ligging gecontroleerd kan worden.