Wet en Werking

Op 1 juli 2008 is de grondroerdersregeling, oftewel de Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) in werking getreden. De wet bevat ook delegatiebepalingen, wat inhoudt dat bepaalde zaken in nadere regelgeving zijn vastgelegd.

De wet zal gefaseerd in werking treden:

  • Van 1 juli 2008 - 1 oktober 2008: Netbeheerders melden hun netten aan bij het Kadaster. Dit houdt in dat zij hun beheerpolygonen opgeven, oftewel opgeven waar hun netten globaal liggen.
  • Van 1 oktober 2008 - 1 juli 2010: Er is een verplichte informatie-uitwisseling via het Kadaster. Grondroerders zijn verplicht om hun graafmeldingen bij het Kadaster te doen en netbeheerders zijn verplicht om hun tekeningen rechtstreeks aan de grondroerder te sturen (post, fax of e-mail). Deze fase wordt de overgangsfase genoemd.
  • Vanaf 1 juli 2010: Er is een verplichte informatie-uitwisseling via het Kadaster. Grondroerders zijn verplicht om hun graafmeldingen bij het Kadaster te doen en netbeheerders sturen hun tekeningen elektronisch en via het Kadaster aan de grondroerder. Dit wordt de elektronische fase of eindfase genoemd. Vanaf 4 januari 2010 is het Kadaster gereed om dit te faciliteren.

Het proces van informatie-uitwisseling via het Kadaster

De grondroerder of aannemer krijgt de verplichting om de kabel- en leidinginformatie bij het Kadaster op te vragen. Het Kadaster stuurt de melding door naar de netbeheerders. De netbeheerders moeten zelfstandig de ligging van de eigen kabels of leidingen registreren. Het Kadaster heeft daarvoor geen enkele verantwoordelijkheid. De netbeheerder stuurt de tekeningen rechtstreeks aan de grondroerder (overgangsfase) of via het Kadaster elektronisch aan de grondroerder (eindfase).

De verplichting om zorgvuldig te graven en zorgvuldig opdracht te geven

Graafwerkzaamheden dienen zorgvuldig uitgevoerd te worden. Deze verantwoordelijkheid geldt voor alle partijen, dus voor de opdrachtgever en de grondroerder. De opdrachtgever moet de grondroerder dan ook voldoende tijd en gelegenheid geven om zorgvuldig te graven.
Voor de grondroerder betekent zorgvuldig graven onder andere dat hij wettelijk verplicht is om de ligginggegevens op te vragen en verder onderzoek te doen naar de exacte ligging van de kabels en leidingen. Het kaartmateriaal moet op de graaflocatie aanwezig te zijn. Dat betekent ook dat de feitelijke graver kennis moet nemen van de ligging van de kabels en leidingen.

Er mag pas gegraven worden als er een graafmelding is gedaan en de respons daarop is ontvangen.

De kwaliteit van het kaartmateriaal

Het kaartmateriaal moet de werkelijke situatie in de grond beschrijven. Hierbij wordt een marge van één meter aan weerszijden van de kabel of leiding in acht genomen. Als de grondroerder tijdens de graafwerkzaamheden afwijkingen op de daadwerkelijke ligging van de kabel of leiding van meer dan 1 meter constateert moet de grondroerder dit terugmelden aan de netbeheerder (terugmelding van afwijkende ligging). De netbeheerder moet deze afwijking oplossen zodat het kaartmateriaal (weer) in overeenstemming is met de ondergrondse situatie.

Het Kadaster

Het Kadaster krijgt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de informatie-uitwisseling. Ook de verdere ontwikkeling van het electronische informatie- uitwisselingssysteem KLIC-online, wordt in opdracht van het Kadaster uitgevoerd.

Het aantal graafincidenten moet verminderen. De betrokken partijen zullen daartoe hun graafwerkzaamheden moeten afstemmen op de nieuwe wet. Het Agentschap Telecom gaat namens de minister van Economische Zaken toezien op naleving van de wet.